Onderwijs, Sociaal Domein

Waardeer het VMBO!

Dit weekend las ik in de krant een artikel over kansenongelijkheid in het onderwijs. De aankondiging op de voorpagina had een quote als ondertitel: “Beter laag beginnen”. De uitspraak sloeg op een VMBO-advies voor een leerling uit groep 8. Bij mij knaagt dat.

Het is zonder meer een goed stuk. Het gaat in op de verschillen tussen twee basisscholen: de één in een kansarme wijk, de ander – aan de overkant van de grote weg – in een wijk vol koopwoningen en hoogopgeleiden. In de arme wijk gaat driekwart van de kinderen naar het VMBO, in de rijke wijk is het precies andersom. In de arme wijk krijgen kinderen stelselmatig een lager advies, óók als ze even slim zijn als de kinderen 100 meter verderop. De journalisten geven concrete gezichten aan kansenongelijkheid in het onderwijs.

Het hele artikel ademt echter dat een advies voor Havo of VWO beter is dan een VMBO-advies. Dat zoveel mogelijk mensen naar Havo of VWO een doel zou moeten zijn. Ik doe veel onderzoek naar de waarde van onderwijs, dus ik begrijp heel goed dat veel ouders liever willen dat hun kind een zo hoog mogelijk opleiding volgt. Zo hebben we immers onze maatschappij ingericht. Hoe hoger opgeleid, hoe hoger je toekomstige verdiencapaciteit. Daarnaast weten we uit onderzoek dat mensen met een hogere opleiding langer leven en gedurende dat langere leven minder gezondheidsklachten hebben.

De maatschappelijke verschillen tussen ‘hoog’ en ‘laag’ opgeleid zijn dus groot. Onacceptabel groot zelfs. Om de verschillen te verkleinen richten veel politici en beleidsmakers zich op ‘zoveel mogelijk mensen hoog opgeleid’. Maar een samenleving met alleen maar hoogopgeleiden loopt vast. We hebben een enorm tekort aan praktisch opgeleiden. In een andere krant las ik dit weekend een schrijnend interview met een oudere dame die in haar eentje haar stervende man thuis heeft verzorgd. Niet omdat ze dat graag wilde, maar omdat de beloofde nachtelijke thuiszorg bij gebrek aan personeel niet kwam. Toen haar man zichzelf bevuilde en zij hem niet meer verplaatst kreeg, moesten haastig opgeroepen ambulancebroeders het overnemen.

De zorg, de politie en de NS: allemaal kampen ze met personeelstekort. En wie kent niet de verhalen over de lange wachtlijsten bij de kinderopvang en de problemen met het vinden van een elektricien of loodgieter? En wie gaat eigenlijk de zonnepanelen installeren die zo nodig zijn voor de energietransitie?

Het maatschappelijk verschil tussen hoog- en laagopgeleiden lossen we niet op door meer kinderen toe te leiden naar een hoger opleidingsniveau. Integendeel, we hebben juist meer praktisch opgeleiden nodig! Het echte probleem is het verschil in waardering, zowel financieel als in beeldvorming. Dáárdoor is een lage (of praktische) opleiding onaantrekkelijk. Het leidt tot een laag inkomen, een laag zelfbeeld en te vaak tot een vicieuze cirkel van armoede en bestaansonzekerheid.

Om dat op te lossen moeten we praktisch opgeleiden de waardering geven die ze verdienen, in geld en in aanzien. Kijk om je heen en zie hoe onze samenleving draait op verzorgenden, winkelpersoneel, technici. Niet voor niets waren dit in Coronatijd de essentiële beroepen. Laten we zorgen dat de waardering daarmee in lijn is.

En laten we dus ook de opleidingen tot deze praktische beroepen op waarde schatten. Het VMBO is zo veel meer dan ‘laag beginnen’. Hier start een opleiding tot vakmanschap en burgerschap. Hier krijgen talenten als creativiteit, sportiviteit en handigheid alle ruimte om tot ontwikkeling te komen. Op het VMBO (en het MBO) worden mensen opgeleid die onmisbare schakels zijn in onze samenleving.

Laten politici en beleidsmakers die iets willen doen aan kansenongelijkheid, zich dus óók richten op het verkleinen van verschillen in waardering tussen theoretisch en praktisch opgeleiden. Zodat leerlingen die naar het VMBO gaan trots zijn op zichzelf, hun school en hun plek in de maatschappij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.